Terug naar hoofdinhoud

Consumptie huishoudens groeit met bijna 1 procent in maart

Huishoudens hebben in maart 0,9 procent meer goederen en diensten aangeschaft dan in maart 2025, meldt het CBS. In de twee voorgaande maanden kromp de consumptie.

De consumptiecijfers betreffen volumecijfers. Dat wil zeggen dat ze zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen. Daarnaast is ook voor veranderingen in de samenstelling van de koopdagen gecorrigeerd. De omstandigheden voor de consumptie waren in april ongunstiger dan in maart.

Meer duurzame goederen gekocht

In maart hebben consumenten 4,7 procent meer duurzame goederen gekocht dan in maart 2025. Ze kochten vooral meer auto’s, elektrische apparaten en spullen voor de woning. Aan voedingsmiddelen gaven ze, voor prijsveranderingen gecorrigeerd, 0,5 procent minder uit dan een jaar eerder. Ook hebben huishoudens in maart 1,4 procent minder overige goederen (zoals energie en motorbrandstoffen) verbruikt.

Consumenten hebben 0,4 procent meer diensten afgenomen, voor prijsveranderingen gecorrigeerd, dan in maart 2025. Ze hebben in maart meer uitgegeven aan vervoer en communicatie, medische diensten en huisvesting, maar minder in de horeca en aan recreatie en cultuur. Bestedingen aan diensten maken ruim de helft van de totale binnenlandse consumptieve bestedingen door huishoudens uit.

Omstandigheden consumptie in april ongunstiger

Het CBS publiceert elke maand ook over een aantal omstandigheden voor de consumptie in de visualisatie Consumptieomstandigheden. De consumptie door huishoudens hangt onder meer samen met de verwachtingen van consumenten, de situatie op de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van hun vermogen. De indicatoren in de visualisatie hangen goed samen met de consumptie door huishoudens, maar een verbetering van de omstandigheden betekent niet per se een hogere groei van de consumptie.

In april waren de omstandigheden voor de consumptie ongunstiger dan in maart. Dat komt vooral doordat consumenten negatiever waren over de financiële situatie in de komende twaalf maanden en de jaar-op-jaarstijging van de beurskoersen kleiner was.

De cijfers in dit bericht zijn voorlopig en kunnen worden bijgesteld.

Bron: csb.nl

Lees meer …Consumptie huishoudens groeit met bijna 1 procent in maart

  • Raadplegingen: 42

Ook subsidie voor vergassing van reststromen in vernieuwde TSE Industrie studies

De subsidie Topsector Energie (TSE) Industrie studies breidt uit met een nieuw onderdeel. Er komt ook subsidie voor studies naar vergassing van reststromen. De subsidie krijgt daarnaast een nieuwe naam: Studies voor Duurzame Industrie (STUDI). Ondernemers kunnen vanaf 18 mei 2026 een aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Subsidie voor klimaatvriendelijke industrie

Met de STUDI-subsidie ondersteunt RVO ondernemers bij het voorbereiden van investeringen in een klimaatvriendelijke industrie, die klaar is voor de toekomst. De regeling bestaat uit 3 onderdelen:

  • CO2-vermindering in de industrie (behalve waterstof, groene chemie en vergassing van reststromen)
  • waterstof en groene chemie (GroenvermogenNL)
  • vergassing van reststromen

Dit jaar meer geld beschikbaar

De budgetten voor de bestaande programma’s gaan in 2026 omhoog. Voor CO2-vermindering in de industrie is € 28,3 miljoen beschikbaar. Voor waterstof en groene chemie is het budget € 10 miljoen. Het nieuwe onderdeel vergassing van reststromen heeft een budget van € 7,5 miljoen.

Vergassing van reststromen helpt circulaire economie

Met het nieuwe onderdeel kunnen ondernemers subsidie aanvragen voor studies naar het omzetten van reststromen in hernieuwbare energie of grondstoffen. Bij vergassing worden reststromen omgezet in bruikbare gassen. Bedrijven kunnen deze opnieuw gebruiken als grondstof of energievorm. Zo zijn minder nieuwe grondstoffen nodig en daalt de CO2-uitstoot.

Studies geven ondernemers meer inzicht

De subsidie is bedoeld voor haalbaarheidsstudies, milieustudies en vergelijkbare studies. Zo krijgen ondernemers beter inzicht in kosten, risico’s en haalbaarheid van vervolgprojecten. Denk bijvoorbeeld aan pilots of demonstraties.

Meer kans op andere subsidies

Ondernemers kunnen hun projectidee vooraf laten toetsen bij RVO. Dit vergroot de kans op een succesvolle aanvraag. En ondernemers maken later ook meer kans op vervolgfinanciering, zoals de subsidie Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+).

Vraag ook subsidie aan

Vraag de STUDI-subsidie aan van 18 mei 2026 tot en met 31 maart 2027.

Ontdek of deze subsidie interessant voor u is

Lees meer …Ook subsidie voor vergassing van reststromen in vernieuwde TSE Industrie studies

  • Raadplegingen: 65

Onderzoek: overbelast elektriciteitsnet biedt kansen voor batterijopslag

Het elektriciteitsnet is overbelast (netcongestie). Dat biedt kansen voor de inzet van batterijen bij gebruikers en op plekken waar energie wordt opgewekt. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) liet onderzoeken welke stappen nodig zijn om kleine en grote batterijprojecten te realiseren. En welke uitdagingen er zijn. 

Groeimogelijkheden door slim gebruik van batterijen  

Bedrijven kunnen door een batterij toch groeien of verduurzamen. Ook als de overbelasting van het elektriciteitsnet dat in de weg zit. Bovendien kunnen eigenaren geld verdienen door hun batterij slim te gebruiken. De flextender is daarvan een voorbeeld. Netbeheerders vragen bedrijven dan om tijdelijk minder stroom te gebruiken. Of juist extra stroom te leveren als het net overbelast is. We verwachten daarnaast een groei in het gebruik van batterijen bij de opwek van zonnestroom en windenergie.  

Aanpassing van regels nodig

De techniek gaat sneller dan de regelgeving in Nederland. Voor kleine batterijen is de energiebelasting bijvoorbeeld een belangrijk onderwerp. Gebruikers betalen nu soms 2 keer belasting: bij het opladen van de batterij en bij het terugleveren van de energie aan het net. Voor grote batterijen zijn vooral de hoge transportkosten van elektriciteit en trage vergunningverlening een probleem.

Adviezen voor de toekomst van batterijen  

Overheden, netbeheerders en ondernemers kunnen een aantal stappen zetten om het gebruik van batterijen te versnellen. Voor grote batterijen moet de overheid bijvoorbeeld duidelijke nationale doelen en regels hebben. Dat helpt bedrijven, decentrale overheden en investeerders om plannen te maken. Ondernemers die te maken hebben met netcongestie kunnen hun bestaande aansluiting slimmer gebruiken. Voor de investering in een batterij kunnen zij de subsidie Flexibel elektriciteitsverbruik (Flex-e) aanvragen.

Daarnaast kan de overheid helpen om de beste plekken aan te wijzen voor batterijen (locatiesturing). En netbeheerders kunnen gebruikers belonen als hun batterij helpt om de drukte op het elektriciteitsnet te verminderen.  

Lees de onderzoeken  

Meer weten over het gebruik van kleine en grote batterijen om elektriciteit op te slaan? En de kansen die batterijen nu en in de toekomst bieden voor een flexibelere energievoorziening? Bekijk dan de onderzoeksrapporten:  

Lees meer …Onderzoek: overbelast elektriciteitsnet biedt kansen voor batterijopslag

  • Raadplegingen: 41

Internetconsultatie wijzigingsbesluit Wtta van start

Uitzendbureaus, detacheerders en andere uitleners zullen bij aanvraag tot toelating Wtta hun omzet uit het voorafgaande kalenderjaar moeten opgeven. Hierdoor kan de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) de jaarbijdrage voor toegelaten uitleners vaststellen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de grootte van de onderneming: kleinere ondernemers zullen een lagere bijdrage betalen dan grotere ondernemers. 

Deze nadere regels zijn opgenomen in het Wijzigingsbesluit Baadi en treden vandaag in internetconsultatie. Reageren kan via internetconsultatie.nl. De consultatie loopt tot en met 22 mei 2026. De hoogte van de vergoeding voor de aanvraagprocedure voor uitleners wordt begin 2027 bekend gemaakt.  

Daarnaast is de ministeriële wijzigingsregeling voor de Wtta in internetconsultatie. Hierin staat de hoogte van de vergoeding voor de aanwijzingsprocedure voor inspectie-instellingen. Reageren kan via internetconsultatie.nl. 

De Wtta is een nieuw toelatingsstelsel voor uitleners, zoals uitzendbureaus. Dit stelsel heeft als doel om een gelijk speelveld te creëren en arbeidsmigranten beter te beschermen. Deze wet treedt vanaf 1 januari 2027 in werking. Kijk voor meer informatie over de Wtta en de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt op toelatinguitleenmarkt.nl.

Lees meer …Internetconsultatie wijzigingsbesluit Wtta van start

  • Raadplegingen: 27

Kabinet zet stap met toezicht op Europese AI-regels

Kunstmatige intelligentie wordt steeds meer gebruikt in onze economie en samenleving. Van industrie en zorg tot digitale diensten: AI verandert hoe we ondernemen en ons werk doen en gebruiken we steeds vaker in ons dagelijks leven. Om deze technologie veilig en betrouwbaar te gebruiken, werkt het kabinet aan het nationale toezicht op de Europese AI-verordening. Staatssecretaris Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) heeft het voorstel voor de uitvoeringswet AI-verordening vandaag in internetconsultatie gebracht.

De Europese AI-verordening stelt in de hele Europese Unie regels voor de ontwikkeling en toepassing van AI-systemen. Het toezicht op de naleving van deze regels moet grotendeels nationaal worden geregeld. De uitvoeringswet AI-verordening maakt dat toezicht mogelijk.

Staatssecretaris Aerdts: “AI biedt enorme kansen voor onze economie, innovatie en onze dagelijkse levens. Maar die kansen kunnen we alleen benutten als mensen erop kunnen vertrouwen dat AI veilig en verantwoord wordt gebruikt. Met een sterk AI-toezichtstelsel zorgen we voor duidelijke regels en houden we tegelijk ruimte voor innovatie en ondernemerschap.”

Risicogebaseerde regels voor AI

De Europese AI-verordening stelt eisen aan AI-systemen op basis van het risico dat ze hebben voor onze veiligheid, gezondheid of grondrechten. Sommige toepassingen zijn verboden, zoals manipulatieve AI-praktijken of het massaal verzamelen van gezichtsbeelden voor biometrische databases.

Aan zogenoemde hoog-risico AI-systemen worden verschillende eisen gesteld aan de ontwikkeling en het gebruik, bijvoorbeeld op het gebied van datakwaliteit, risicobeheer, menselijk toezicht en transparantie. Ook moet duidelijk gemaakt worden wanneer mensen rechtstreeks met AI-systemen communiceren, bijvoorbeeld via chatbots of AI-gegenereerde content.

Samenwerkend toezicht

Omdat AI in veel sectoren wordt toegepast, stelt het kabinet een toezichtstructuur voor waarin meerdere bestaande toezichthouders samenwerken. In het voorstel houden de toezichthouders binnen hun eigen domein toezicht op AI. Hierdoor krijgen ondernemers en organisaties zoveel mogelijk te maken met instanties die zij nu ook al kennen.

Voor toezichtgebieden waar nog geen duidelijke toezichthouder bestaat, wordt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) voorgesteld als de toezichthouder met een speciale AI-bestuurder. De Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) krijgen een coördinerende rol binnen dit voorgenomen toezichtstelsel. 

Consultatie

Het wetsvoorstel is tot en met 1 juni 2026 (online) opengesteld voor consultatie. U kunt reageren op de internetconsultatie. 

Lees meer …Kabinet zet stap met toezicht op Europese AI-regels

  • Raadplegingen: 32