Terug naar hoofdinhoud

Inflatie 3,3 procent in 2025

De prijzen van consumentengoederen- en diensten waren in 2025 gemiddeld 3,3 procent hoger dan in 2024, maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend. In 2024 was de inflatie ook 3,3 procent. De inflatie wordt gemeten als de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van het voorgaande jaar. De prijsontwikkelingen van huisvesting, voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken hadden de grootste bijdrage aan de inflatie in 2025.

Huisvesting draagt meest bij aan de inflatie

De prijsontwikkeling van huisvesting had een belangrijke bijdrage aan de inflatie van 2025. Deze wordt in de CPI voor zowel huurwoningen als eigen woningen gemeten aan de hand van de ontwikkeling van de woninghuren. In 2025 waren de woninghuren gemiddeld 5,1 procent hoger dan in 2024. In 2024 was de prijsstijging 3,7 procent.

Voedingsmiddelen duurder

Ook voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken hadden een grote bijdrage aan de inflatie in 2025. Deze waren gemiddeld 4,0 procent duurder dan een jaar eerder. In 2024 was dit 1,7 procent. De voedingsmiddelen en dranken met de grootste prijsstijging in 2025 zijn rundvlees (23,0 procent), koffie (20,3 procent), cacao (18,8 procent), chocolade (18,4 procent) en boter (11,2 procent).

Vliegtickets en mobiele telefonie drukken inflatie

De prijsontwikkeling van vliegtickets had een drukkend effect op de inflatie van 2025. Vliegtickets waren in 2025 gemiddeld 7,2 procent goedkoper dan in 2024. Ook een mobiel abonnement (-6,7 procent) en benzine (-2,4 procent) waren in 2025 goedkoper dan een jaar eerder.

Inflatie eurozone 2,1 procent

Het CBS publiceert twee verschillende cijfers voor inflatie. Een op basis van de consumentenprijsindex (CPI) en een op basis van de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). Consumentengoederen en -diensten in Nederland zijn volgens de HICP in 2025 gemiddeld 3,0 procent duurder geworden. In 2024 was de inflatie volgens de HICP 3,2 procent. De inflatie in de eurozone daalde volgens voorlopige cijfers van 2,4 procent in 2024 naar 2,1 procent in 2025.

Verschil CPI en HICP

Om de inflatie tussen landen te kunnen vergelijken, berekenen de lidstaten van de Europese Unie (EU) een consumentenprijsindex volgens internationaal afgesproken definities en methoden. De Europese Centrale Bank gebruikt de HICP voor het monetaire beleid in de eurozone. Daarnaast maken de meeste landen nog een eigen, nationale prijsindex.

Het belangrijkste verschil tussen de CPI en de HICP voor Nederland is dat de HICP in tegenstelling tot de CPI geen rekening houdt met de kosten van het wonen in de eigen woning. In de CPI worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren. Dit is echter niet het enige verschil. In de lange onderzoeksbeschrijving worden deze verschillen verder toegelicht.

Aankondiging: nieuw basisjaar CPI vanaf 2026

Vanaf 2026 gaan de CPI en de HICP over op een nieuw basisjaar, van 2015=100 naar 2025=100. Al gepubliceerde inflatiecijfers worden dan niet herzien. Bij de overgang wordt ook een update van de classificatie van goederen en diensten in gebruik genomen, die beter aansluit bij veranderde consumptiepatronen. Bovendien zal de CPI vanaf 2026 meer aansluiten bij de HICP. De eerste uitkomsten volgens de nieuwe reeks met referentiejaar 2025 worden 4 februari 2026 gepubliceerd. Meer informatie staat in het methodedocument De consumentenprijsindex vanaf 2026.

Meer informatie

In de lange onderzoeksbeschrijving licht het CBS toe wat de CPI meet en op welke manier de index wordt berekend. Het dashboard consumentenprijzen toont de inflatie volgens de CPI en de HICP. Daarnaast worden op het dashboard de prijsontwikkelingen van een aantal consumentengoederen en -diensten in meer detail uitgelicht. De persoonlijke inflatiecalculator geeft inzicht in de ontwikkeling van de consumentenprijzen voor een individueel consumptieprofiel.

Voor de consumentenprijsindex van Caribisch Nederland zie Caribisch Nederland; consumentenprijsindex (CPI) 2017=100.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Inflatie 3,3 procent in 2025

  • Raadplegingen: 53

Ondernemers krijgen meer tijd voor subsidieaanvraag warmtenetten

De Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) blijft langer open dan gepland. Ondernemers kunnen nu tot en met 31 augustus hun subsidieaanvraag voor een warmtenet indienen bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Dat betekent dat ze meer tijd hebben om hun aanvraag goed voor te voorbereiden, zodat ze meer kans maken op subsidie.

Meer tijd nodig

De geplande sluitingsdatum van deze subsidie was 16 januari. Maar meerdere initiatiefnemers van een warmtenet gaven aan dat zij hun subsidieaanvraag binnen de aanvraagperiode niet goed konden voorbereiden. Met de langere aanvraagperiode krijgen zij genoeg tijd voor een zorgvuldige aanvraag.

Nog veel geld beschikbaar

Er is nog genoeg geld beschikbaar voor ondernemers die in een energie-efficiënt warmtenet willen investeren. Op dit moment is bijna 75% van het beschikbare budget over, zo’n € 150 miljoen. RVO krijgt alle aanvragen binnen, en behandelt deze op volgorde van binnenkomst.

Aanpassingen door nieuwe wetgeving

De Wet Collectieve Warmte is op 9 december 2025 aangenomen in de Eerste Kamer. Door deze nieuwe wet komen er waarschijnlijk grote aanpassingen aan de volgende subsidieronde van de WIS. Die opent eind 2026.

Wie mag een warmtenet aanleggen?

In de nieuwe wet staat bijvoorbeeld wie een warmtenet aan mag leggen. En hoe de overheid hierbij betrokken is. De latere sluitingsdatum van deze subsidieronde geeft het ministerie van Klimaat en Groene Groei en RVO ook de tijd om de volgende subsidieronde goed voor te bereiden.

Aanvragers kunnen meedenken

Op 3 februari is er om 11:00 uur een marktconsultatie in Utrecht. Ondernemers die de WIS hebben aangevraagd, of van plan zijn dat te doen, kunnen dan hun mening geven over de subsidie. Zij kunnen zich aanmelden door een mail te sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Het ministerie en RVO nemen de feedback mee bij de nieuwe subsidieronde. Zo blijft de subsidie zo goed mogelijk aansluiten bij de praktijk.

Lees meer …Ondernemers krijgen meer tijd voor subsidieaanvraag warmtenetten

  • Raadplegingen: 40

Ook in 2026 belastingvoordeel voor innovatieve, milieuvriendelijke investeringen

Voor 2026 trekt de overheid € 155 miljoen euro uit voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Hiermee krijgen ondernemers belastingvoordeel als zij investeren in een van de ruim 200 innovatieve en milieuvriendelijke technieken die op de Milieulijst 2026 staan. Op de lijst staan een aantal nieuwe innovatieve technieken. En voor een aantal investeringen die al op de Milieulijst stonden, zijn de mogelijkheden uitgebreid.

Met het belastingvoordeel van de MIA\Vamil maakt de overheid investeren in innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk. Jaarlijks doen bedrijven voor € 3 tot 5 miljard aan milieu-investeringen een beroep op de MIA\Vamil. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de regelingen uit.

Milieulijst 2026

Investeringen waarvoor ondernemers via de MIA\Vamil belastingvoordeel kunnen krijgen, staan op de zogeheten Milieulijst. De Milieulijst krijgt ieder jaar een update. Vergeleken met 2025 zijn er 12 nieuwe investeringen opgenomen, 78 investeringen gewijzigd en 27 investeringen van de lijst verwijderd.

Nieuwe innovatieve technieken

Op de Milieulijst staan weer een aantal nieuwe innovatieve technieken, zoals:

  • een elektrische maaiboot om begroeiing vanaf het water te verwijderen;
  • een inzamelvoorziening voor verfresten en spoelwater. Door gebruik te maken van een wasstation met spoelwaterrecycling, kunnen schildergereedschappen beter worden hergebruikt;
  • een elektrische funderingsmachine voor bouwwerkzaamheden;
  • een installatie voor organische nitraatproductie op een glastuinbouwbedrijf;
  • een automatisch meetsysteem voor ammoniakemissie in een stal en een innovatief systeem voor de aanpak van onkruid.

Verkeer en vervoer

Voor elektrische mobiele voertuigen is het bedrag dat in 2026 belastingvoordeel krijgt, verhoogd naar 90% van het investeringsbedrag. Het minimuminvesteringsbedrag is € 25.000. 

Voor een aantal investeringen in vervoersmiddelen die al op de Milieulijst stonden, zijn daarnaast de mogelijkheden uitgebreid. Zo krijgen ondernemers nu ook belastingvoordeel voor elektrische bakfietsen als zij deze gebruiken voor het vervoer van dieren. En voor voordeel op oplaadkluizen, mogen zij die nu ook gebruiken voor het opladen van elektrisch (hand-)gereedschap.

Belastingvoordeel of subsidie

Het oplaadpunt voor elektrische zware voertuigen en mobiele werktuigen is van de Milieulijst verwijderd. Via de regeling Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA) kunnen ondernemers hier wel overheidssteun voor krijgen.

Ook is het in 2026 niet meer mogelijk het belastingvoordeel van de MIA\Vamil te combineren met een subsdie van de regeling Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) of de Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit (SWIM).

Landbouw

Voor investeringen in veestallen met een lagere milieubelasting vervallen een aantal voorwaarden, zoals het aantal dierplaatsen. Voorbeelden van investeringen voor agrariërs die niet meer op de lijst staan, zijn een ruwvoermengsysteem voor herkauwers (zoals koeien) en mulch-apparatuur (voor organische bodembedekking in land- en tuinbouw).

Gebouwen

Voor alle gebouwen op de Milieulijst geldt nu dat bedrijven de (BENG-)berekening van de energieprestatie moeten laten doen door een vakbekwaam adviseur. Ook is voor alle industriegebouwen met een duurzaamheidscertificaat (volgens de maatlatten BREEAM- of GPR) het maximale bruto vloeroppervlak (bvo) waarvoor ondernemers via de MIA belastingvoordeel krijgen, verhoogd. Van 5.000 vierkante meter naar 7.000 vierkante meter.

Over de MIA en Vamil

Om op de Milieulijst te komen, moeten de investeringen milieuvriendelijk (boven de wettelijke norm) en innovatief zijn. Voor deze investeringen zijn de investeringskosten voor ondernemers hoger dan het gangbare alternatief in de branche. Het belastingvoordeel van de regelingen MIA en Vamil verkleint dit verschil, zodat deze innovaties makkelijker op de markt komen. Daarmee blijft de Milieulijst aangesloten bij de ontwikkelingen in de markt.

Meer weten?

Bekijk alle wijzigingen voor 2026 op de pagina Milieulijst MIA\Vamil

Lees meer …Ook in 2026 belastingvoordeel voor innovatieve, milieuvriendelijke investeringen

  • Raadplegingen: 38

'Landelijke Landbouwnormen 2025' beschikbaar

De 'Landelijke Landbouwnormen 2025' zijn beschikbaar. Hierin vindt u de normbedragen voor 2025 voor de meest gangbare kostenposten, en voor bepaalde bedrijfsmiddelen en voorraden voor agrarische bedrijven.

Deze normen gelden alleen voor ondernemers en alleen voor agrarische activiteiten in Nederland. Ondernemers moeten de normen gebruiken om de jaarwinst van het bedrijf te bepalen en aan te geven in de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Aan de 'Landelijke Landbouwnormen 2025' werkten mee:

  • KAVB: Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur
  • LTO Nederland: Land- en Tuinbouworganisatie Nederland
  • SRA: Samenwerkende Registeraccountants en Accountants-administratieconsulenten
  • De TAAK: Tuinbouw Accountants en Administratie Kantoren
  • VLB: Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus

Landelijke Landbouwnormen 2025 downloaden

Lees meer …'Landelijke Landbouwnormen 2025' beschikbaar

  • Raadplegingen: 33

Betere samenwerking schuldeisers om mensen met schulden te helpen

Om te voorkomen dat mensen met schulden te weinig geld overhouden om van te leven, moeten schuldeisers gegevens beter kunnen uitwisselen. Met een nieuwe wet wil het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een digitaal systeem opzetten. Daarin moeten schuldeisers melding doen als zij beslagleggen, zodat het eerder duidelijk is als meerdere organisaties een deel van het inkomen of de uitkering opeisen.

Het kan voorkomen dat meerdere partijen, zoals overheidsdiensten en private schuldeisers, tegelijkertijd beslagleggen. Doordat schuldeisers nu niet altijd van elkaars vorderingen op de hoogte zijn, wordt de beslagvrije voet soms niet goed berekend. De beslagvrije voet is juist bedoeld om een minimuminkomen te garanderen voor mensen met schulden. Het gevolg is dat jaarlijks zo’n 60.000 tot 70.000 mensen te weinig geld overhouden om van te leven.

Als een partij straks beslag wil leggen, moet die eerst in het digitale systeem controleren of er al andere organisaties zijn die beslag op een inkomen hebben gelegd of een openstaande schuld op een uitkering verrekenen. Indien nodig kunnen ze aanvullende informatie opvragen en berekenen of mensen genoeg geld hebben om meer schulden af te lossen.

Ook mensen met schulden en schuldhulpverleners krijgen toegang tot het digitale systeem. Zo kunnen ze zelf overzicht houden over lopende beslagen en verrekeningen.  

Kosten besparen

Bovendien kunnen schuldeisers straks voordat ze beslag leggen beter inschatten hoe groot de kans is dat ze hun geld krijgen. Als die kans klein is, kunnen ze ervoor kiezen geen beslag te leggen. Hierdoor maken ze minder onnodige kosten. Nu leggen schuldeisers jaarlijks zo’n 27.000 beslagen zonder resultaat. Schuldeisers kunnen zo’n € 5 miljoen besparen door van die beslagen af te zien. Ook besparen beslagleggers extra kosten doordat ze sneller informatie kunnen uitwisselen.

Het conceptwetsvoorstel ligt nu ter inzage. Reageren is mogelijk tot en met 6 februari 2026 via de internetconsultatie Wet Stroomlijning Keten voor Derdenbeslag.

Lees meer …Betere samenwerking schuldeisers om mensen met schulden te helpen

  • Raadplegingen: 27